Percentage rechthebbenden, 65 jaar of ouder, die op 31 maart van het referentiejaar zelfstandig zijn, in het ziekenhuis zijn opgenomen of gebruikmaken van thuisverpleging of residentiële zorg. Hierbij kan gefilterd worden op het type zorg, de leeftijdscategorie en het geslacht van de rechthebbenden en of deze al dan niet recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming.
Codering
%
Opmerkingen- De prestaties voor ouderenzorg worden geïdentificeerd aan de hand van het attesteren van de volgende prestaties:
- forfaits A/B/C/Cd kortverblijf (een forfait O in kortverblijf is dus mogelijk, wegens geen afhankelijkheid),
- forfaits centra voor dagverzorging,
- forfaits thuisverpleging of toilet,
- forfaits centra voor dagverzorging en forfaits thuisverpleging of toilet,
- forfaits ROB/RVT (alle forfaits, inclusief O),
- hospitalisatie (klassiek en dagopname),
- geen van bovenstaande prestaties.
- Er wordt in de praktijk rekening gehouden met prestaties terugbetaald tussen 28 maart en 3 april.
- In 2020 valt de observatieperiode voor deze indicator, van 28 maart tot en met 3 april, middenin de lockdown ten gevolge van de COVID-19-pandemie. Het gebruik van centra voor dagverzorging was in deze periode minimaal, wat betekent dat de percentages zeer laag zijn. Ze worden niet weergegeven omwille van regelgeving rond gegevensbescherming en privacy.
- Demografische kenmerken van een regio verklaren een deel van de geografische verschillen in zorggebruik. Bovendien moet men rekening houden met de impact van het aanbod. Een sterke interactie tussen vraag en aanbod in de thuiszorg werd vroeger al beschreven (Pacolet et al., 2008). Er is in België een substitutie-effect tussen woonzorgcentra en thuisverpleging: in regio’s met een belangrijk aanbod van woonzorgcentra is de thuisverpleging minder ontwikkeld en vice versa.
- Deze statistiek is een overschatting van het aandeel autonome of “zorgonafhankelijke” ouderen aangezien zorg die niet door de verplichte ziekteverzekering (bv. door de Gemeenschappen gesubsidieerde zorg) wordt terugbetaald en informele zorg door familie en mantelzorgers niet in rekening wordt gebracht. Zo beschikken we ook niet over cijfers over diensten zoals maaltijden, poetshulp, oppas enz.
- Naar aanleiding van de 6de staatshervorming werden een aantal bevoegdheden, waaronder institutionele ouderenzorg, overgedragen van de federale overheid naar de deelstaten (gewesten en gemeenschappen). Om een overzicht op de gezondheidsuitgaven te behouden, werden nieuwe datastromen opgezet voor het verzamelen, aanleveren, synchroniseren en centraliseren van de gegevens. Deze datastromen waren aanvankelijk nog niet optimaal en hadden te kampen met kinderziekten. Bijgevolg kunnen de gegevens over institutionele ouderenzorg voor de periode van 2019 tot 2021 onvolledig zijn, vooral in Brussel. De cijfers moeten dus met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd.
- De cijfers per geografische entiteit zijn gebaseerd op de woonplaats van de rechthebbenden op 30 juni van het referentiejaar.
- De leeftijdscategorie wordt op bepaald op basis van de leeftijd van de rechthebbenden op 30 juni van het referentiejaar. Rechthebbenden die overlijden in de periode januari-maart worden niet meegeteld.
Frequentie en timing van update: jaarlijks in Q3 worden de statistieken van kalenderjaar -2 toegevoegd.
Kleinst beschikbare geografische niveau: arrondissement
BerekeningswijzeAantal rechthebbenden (65 jaar en ouder) waarvoor een forfait A/B/C/Cd kortverblijf, een forfait centra voor dagverzorging, een forfait thuisverpleging of toilet, een forfait centra voor dagverzorging en forfaits thuisverpleging of toilet, een forfait ROB/RVT, hospitalisatie (klassiek en dagopname) of geen van deze prestaties werd geattesteerd op 31 maart van het kalenderjaar/ (
Aantal rechthebbenden (65 jaar en ouder) / 100)